Relevant

Je kunt het regelmatig horen: de kerk is niet relevant.
Want de kerk stelt niet de vragen die de wereld stelt. Ik hoorde het zo’n dertig jaar geleden al: “Jezus is het antwoord – maar wat was de vraag?”.

Ook de (gereformeerde) theologie wordt door velen niet meer als relevant gezien. Sowieso is theologie vandaag de dag veelal meer ‘godsdienstwetenschap’ of ‘religiewetenschap’. En wie het daar niet mee eens is, doet erg zijn best om de laten zien dat (gereformeerde) theologie toch wel degelijk relevant is.

Wie de jeugd heeft...

De lakmoesproef voor relevante kerken is: Aandacht voor jongeren. Dat wordt als cruciaal gezien voor de toekomst, want ‘wie de jeugd heeft, heeft de toekomst’. Als je de jongeren weet vast te houden, dan ben je relevant.

Zou het?
Even geen misverstand, asjeblieft. Ik wil niet de indruk wekken – laat staan dat ik het beweer – dat jongeren niet belangrijk (genoeg) zijn, en dat we in de kerk(dienst) geen rekening met hen hoeven houden.

Maar is dat waar het om gaat bij ‘relevant zijn’?
Ja – als ‘relevant’ betekent: dat de kerk moet bieden waar ‘ik’ naar op zoek ben… dán is de kerk niet relevant, inderdaad.

Maar… wie is die ‘ik’? Over wie hebben we het dan? De gemiddelde christen? De gemiddelde kerkganger? De gemiddelde jongere in kerk of maatschappij? De gemiddelde ‘buitenstaander’? Wie is dat?

De 21e eeuwse mens is een post-moderne mens. Of moeten we al zeggen: een post-postmoderne mens? Er is wel gezegd: de postmoderne tijd is alweer voorbij, onze tijd is post-christelijk. En ‘post-christelijk’ betekent: Het christendom is een gepasseerd station.

Maar dan vraag ik me af: Hoe in de wereld kan de christelijke kerk relevant zijn voor die post-christelijke mens?
Of… is ‘post-christelijk’ stiekem tóch niet zo ‘post-christelijk’?

Geloofsbeleving wereldwijd

Wat wil het zeggen dat theologen als Calvijn en Bavinck en Kuyper in de V.S. enorm populair zijn vandaag de dag?
Wat wil het zeggen dat er in de 21e eeuw een Middle East Reformed Fellowship is?
Wat wil het zeggen dat christenen in andere werelddelen van ‘onze’ Heidelbergse Catechismus, die ‘wij’ in West-Europa allang onder het stof hebben opgeborgen, zeggen: “Dit is wat we nodig hebben”?

En wat wil het zeggen dat ‘wij’ hier in Nederland ‘moord en brand’ schreeuwen over het leed op zóveel plaatsen in de wereld en de rol van God daarin (wat nog het hardst wordt gedaan door mensen die niets met God hebben dan alleen ‘zie je wel’), en dat de mensen daar zélf bidden en zingen?

Een collega-predikant zei eens over christenen in Azië: de Oosterse mens is véél meer bezig, en houdt véél meer rekening met ‘het hogere’ dan de Westerse mens. De mens in de Westerse wereld waar alleen waar is wat meetbaar en verklaarbaar is.

Zou dát misschien ook een oorzaak kunnen zijn van de neergang van de Kerk in het Westen? Dat we ‘zaken’ als God en geloof bewezen willen hebben? En dat we dus teleurgesteld of gefrustreerd afhaken omdat dat niet gaat?
Maar hoe eerlijk is het dan om – zoals wel gebeurt – die neergang te wijten aan ‘falend jongerenbeleid’?

Kerkdienst relevant

Kerkdiensten en preken moeten relevant zijn. Ron van der Spoel hanteerde in zijn cursus Passie voor Preken het uitgangspunt: preken is de hoorder overtuigen van de relevantie van de boodschap van de Bijbel. Die boodschap hoeven wij niet meer relevant te maken, die is relevant – het is aan ons om te laten zien hoe dan.

Maar is dat geen ‘heidens karwei’? Welke preek, welke kerkdienst kan daaraan voldoen?

Ik zou willen zeggen: de kerkdienst kan daaraan voldoen. Als van de kerkdienst maar niet het onmogelijke wordt verwacht: dat die biedt waar de al dan niet toevallige voorbijganger naar op zoek is.

Dan kan de kerkdienst wel degelijk bieden waar ieder mens naar op zoek is. Dat wil zeggen: ieder mens die wérkelijk beseft dat hij méns is, schepsel.
Want dan blijkt dat het doel van de kerkdienst gehaald kan worden.

Aard en doel van de kerk(dienst)

Ik kijk terug naar de allereerste kerkdienst. Die vond al héél lang geleden plaats: toen Adam en Eva op één dag hun beide kinderen verloren, omdat Kaïn zijn broer Abel had doodgeslagen en zelf was gevlucht. Toen zij vervolgens wéér een zoon hadden gekregen: Seth. Die op zijn beurt ook een zoon kreeg: Enos.
Je vindt het in Genesis 5 vers 26: “In die tijd begon men de naam van de HEER aan te roepen”.

Toen.
In een wereld waar moord en doodslag hun tol hadden geëist.
In een wereld waarin een mens de naam Enos droeg: sterveling.
In een wereld waarin een Lamech liep te brullen over wraak om eigenlijk niks.
In een wereld waarin je dus naar veiligheid zoekt.
Toen begon men de HEER aan te roepen.

Dat is wat ‘kerkdienst’ is: de HEER aanroepen.
En dat aanroepen is: hulp zoeken in nood. Rust en houvast zoeken in een wereld waar alles om je heen stormt. Hulp zoeken in een wereld waarin je je bedreigd voelt door mens, dier of natuur. Hulp en houvast zoeken om te kunnen leven, om te kunnen blijven leven.
En dat zochten de mensen van toen bij de HEER – de God die Zich JaHWèH noemt en wil laten noemen: Hij zal er zijn, Hij is erbij.

Is het een wonder dat onze kerkdiensten beginnen met: “Onze hulp is in de Naam van de HEER”?
Voor wie dát zoekt, is de kerkdienst relevant. Want wie (dát) zoekt, die vindt.
In de 21e eeuw na Christus nog net zo goed als in de eerste eeuw(en) van de wereldgeschiedenis.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.